Van Boom tot Beeld

De cursus "Beeldhouwen in hout" aan De Gruitpoort Doetinchem; seizoen 2013-2014

home Gruitpoort Gruitpoort cursisten exposities cursisten hout als beeldhouwmateriaal werkwijze beeldhouwen Jac's agenda Jac's portfolio


Een werkwijze bij beeldhouwen in hout


Ontwerp, onderwerp, voorbeeld, inspiratiebron.
De meest intrigerende vraag bij het begin van beeldhouwen is: wat ga ik maken, en hoe gaat de sculptuur er dan uit zien? Soms heb je een voorbeeld gezien wat je aanspreekt; een andere keer heb je nog geen flauw idee. Dit begin -het bedenken- is een net zo wezenlijk onderdeel van het beeldhouwen als het fysieke werk: het hakken en schuren.

Welke benadering bij de ontwerpkeuze?

Ik noem twee uitersten:
1 Je laat het ontwerp van de sculptuur bepalen door de vorm van het stuk hout.
Dit vraagt goed kijken, veel fantasie, aanpassingsvermogen bij verborgen gebreken. Je hebt geen letterlijk voorbeeld nodig bij deze benadering; wel kun je je laten inspireren door voorbeelden. De vorm van de sculptuur ontstaat op een "organische" manier. Grootste uitdaging is hierbij om samenhang, vormeenheid in de sculptuur te creëren én (naar mijn idee) naar eenvoud te streven.
2 Je hebt een ontwerp voor ogen en zoekt daarvoor een geschikt stuk hout.
Je hebt een ontwerp, voorbeeld, of inspiratiebron waarnaar je je eigen sculptuur wil vormgeven. Dan moet het te kiezen stuk hout dit mogelijk maken. Vorm, afmeting, verhoudingen, richting van de nerf, tekening van het hout, vertakkingen, opgesloten gebreken zijn dan van belang. Grootste uitdaging bij deze werkwijze is, creatief om te gaan met onverwachte, verborgen gebreken of bij onverhoeds te veel weggehaald materiaal. Deze benadering vereist ook erg secuur meten en werken.

Werken met hout direct uit de natuur
Hout uit de natuur is niet bezaagd of gekantrecht zoals hout van de houthandel of bouwmarkt en meestal nog voorzien van de bast. Uit de tekening en kleur op het kopse vlak en de bast, eventueel de geur, is vaak al de houtsoort af te leiden. Een hulpmiddel hierbij is te vinden onder:
hout als beeldhouwmateriaal
Voor wat betreft de vorm van het stuk hout is de ene beeldhouwer uit op gevorkte, ingewikkeld vertakte stamstukken waarin hij al een ontwerp "ziet", de ander gaat liever voor een massief stuk stam zonder mankementen.

Welke houtsoorten zijn interessant voor de beeldhouwer?
Heel kort door de bocht: het hout van vrijwel alle in Nederland groeiende bomen is bruikbaar. Dus hebben we de keuze uit veel meer dan 100 houtsoorten.
Leidraad bij de keuze is bijv. de verwachting die we van het eindresultaat hebben (kleur, tekening, gladheid, sterkte), de moeilijkheidsgraad bij het vervaardigen van het beeld, de ingewikkeldheid van de vorm, en daarop onze keuze te baseren:
-- gemakkelijk te gutsen of snijden: zachte houtsoorten als linde, berk, wilg, populier, els
-- superglad af te werken: fijne nerf als appel, peer, kers, pruim, haagbeuk, esdoorn, iep, taxus
-- spectaculaire kleur en tekening: taxus, goudenregen, walnoot, fluweelboom
-- vlakke, minimale tekening: esdoorn, es, berk, linde, populier, haagbeuk
-- hard: goudenregen, taxus, es, acacia, eik, haagbeuk
-- beeld geschikt voor buitenopstelling: acacia, eik, taxus
-- warme kleuren: walnoot, taxus, goudenregen, eik, appel, peer, kers, pruim, douglasspar, els
-- koele kleuren: esdoorn, berk, es, populier
-- ruim aanbod: wilg, berk, els, populier, acacia
-- beperkt aanbod: walnoot, taxus, iep, goudenregen
-- hout met ingesloten gebreken: taxus, walnoot
-- hout met beperkte schimmelaantasting (slaap): berk, beuk
appel
els
taxus
esdoorn
beuk
es
walnoot
linde
Nat of droog hout kiezen?
Tijdens het drogen van een massieve stam zal elke houtsoort krimpscheuren krijgen: diepe wigvormige barsten die van buitenaf naar de kern lopen. Dit komt omdat alle hout krimpt bij het drogen, waarbij de krimp in de rondte, langs de jaarringen, meestal groter is als de krimp in de dikte , dwars op de jaarringen (de T/R verhouding =2). Het is daarom vrijwel onmogelijk om een gaaf, scheurvrij massief, droog stamstuk te vinden. Wil je toch een massief stuk zonder scheuren, kies dan voor nat hout.
  • Nat, of versgezaagd hout bevat "vrij" water in de holle houtcellen, én bovendien zijn de hygroscopische celwanden volledig verzadigd. Het stuk hout heeft nog geen krimpscheuren en is tweemaal zo gemakkelijk te bewerken t.o.v. droog hout. Gedurende het uitwerken van de vorm en bij het bewaren moet het werkstuk steeds nat worden gehouden. Tijdens het drogen zal het hout onvermijdelijk krimpen, de ene houtsoort méér dan de andere. Of daarbij ook krimpscheuren ontstaan hangt af van de "massiviteit" van de vorm. Slanke, ijle vormen geven daarbij de minste kans op scheuren. Het drogingsproces moet geleidelijk verlopen en kan weken tot maanden in beslag nemen. Pas dan kan de sculptuur worden afgewerkt met was, olie of vernis.
    Het ligt daarom voor de hand om slanke, ijle sculpturen te vervaardigen uit nat hout.

  • Droog hout (winddroog) bevat in de holle houtcellen geen water; de hygroscopische celwanden hebben een betrekkelijk laag vochtgehalte. Droog hout is moeilijker te bewerken maar is wel sterker. Het werkstuk zal veel minder krimpen en scheuren zodra het wordt blootgesteld aan huiskamercondities. Na het ruw vormgeven kan de sculptuur direct worden afgewerkt. Massieven stammen zullen vaak diepe radiale krimpscheuren hebben. Deze scheuren beperken de bruikbaarheid van het stuk hout voor een beoogde sculptuur. Een krimpscheur kanin het algemeen niet worden gelijmd! Indien stammen direct na het vellen in vieren zijn gekloofd of kwartiers gezaagd is de scheurvorming bij het drogen aanmerkelijk minder.
    Het ligt voor de hand om droog hout te kiezen als de aanwezige krimpscheuren passen in de keuze van de sculptuurvorm.

Zie voor nadere informatie Lijst van Nederlandse houtsoorten.


Volgorde van werken met nat hout.

  1. Verwijder schors, bast en cambium, en de rotte en onbruikbare delen. Dit is tevens een verkenningsfase; wat blijft er over en wat zou ik ermee kunnen? De ideevorming is nu in volle gang. Vanaf dat moment moet het stuk nat worden gehouden (opbergen in een dichte plastic zak) totdat de ruwe vorm gereed is.
  2. Zaag overbodige stukken af; omdat het nat hout is kun je hiervoor het beste de spanzaag gebruiken die niet zo gauw klemt omdat de tanden een bredere snede maken.
  3. Teken -indien mogelijk- de beoogde vorm af; zorg hierbij voor ruime afwerkmarges van bijv. 2 cm. om later niet tekort te komen. Dit aftekenen op een rond stuk hout is moeilijk; werk daarom steeds vanuit één gezichtspunt.
  4. Het hakken met guts en klopper kan beginnen; werk indien mogelijk afwisselend aan alle kanten zodat je zo snel mogelijk het geheel gaat zien.
  5. Ga pas over op boren en uithollen van gaten als de buitengrenzen bekend zijn. Vaak gaat het bij machinale ingrepen mis omdat teveel wordt weggehaald.
  6. Blijf het werkstuk tussendoor van alle kanten bekijken.
  7. Ga pas over van hakken naar raspen als er weinig materiaal meer hoeft te worden verwijderd, of als een lijn of vlak moet worden geëgaliseerd.
  8. Pas als de ruwe vorm is bereikt mag het werkstuk gaan drogen buiten de plastic zak; leg het uit de zon of andere warmtebron op een winddroge plaats. Heb geduld.
Daarna kan de werkwijze voor droog hout vanaf punt 8. worden toegepast.

Volgorde van werken met droog hout.

  1. Verwijder indien nodig de bast en het cambium, en de rotte en onbruikbare delen. Dit is tevens een verkenningsfase; wat blijft er over en wat zou ik ermee kunnen? De ideevorming is nu in volle gang.
  2. Zaag overbodige stukken af; bij droog hout is de gewone zaag goed bruikbaar.
  3. Teken -indien mogelijk- de beoogde vorm af; zorg hierbij voor ruime afwerkmarges van bijv. 2 cm. om later niet tekort te komen. Dit aftekenen op een rond stuk hout is moeilijk; werk daarom steeds vanuit één gezichtspunt.
  4. Het hakken met guts en klopper kan beginnen; werk indien mogelijk afwisselend aan alle kanten zodat je zo snel mogelijk het geheel gaat zien.
  5. Ga pas over op boren en uithollen van gaten als de buitengrenzen bekend zijn. Vaak gaat het bij machinale ingrepen mis omdat teveel wordt weggehaald.
  6. Blijf het werkstuk tussendoor van alle kanten bekijken.
  7. Ga pas over van hakken naar raspen als er weinig materiaal meer hoeft te worden verwijderd, of als een lijn of vlak moet worden geëgaliseerd.
  8. Na het raspen kan worden overgegaan op schuren, bij voorkeur met stevig schuurlinnen, te beginnen met korrel 80, vervolgens 120 en dan 180.
  9. Het alternatief voor schuren is schrapen met een schraapstaal.
Tips:
  • Hakken met de guts kan met de nerf mee of dwars op de nerf; in dat laaste geval heb je meer invloed op de richting van de guts
  • Tegen de draad in hakken is soms noodzakelijk; dit kan wel, maar dan met een superscherpe guts en kleine schilletjes
  • Schuren dwars op de nerf werkt sneller dan met de draad mee
  • hou bij het schuren de beoogde vorm in stand
Welk gereedschap heb je tenminste nodig?
  • een stel gutsen (bijv. van Pfeil) voor het grove werk: 7/25, 7/14
  • een guts voor het fijnere werk: 5/14
  • een steekguts voor hoekjes: 1S/16
  • een klopper; het gewicht moet een beetje passen bij je spierkracht
  • een grove rasp, bijv Bahco
  • schuurlinnen, het beste is Flexovit. Neem korrel 80, 120, 180 en 240
  • erventueel een gekromd schraapstaal
Waar koop je dit specifieke beeldhouwgereedschap?
In de omgeving van Doetinchem kun je goed terecht bij:
Baptist, Vlamoven 34 Arnhem (hout)

De Beeldhouwinkel, Laarstraat Zutphen (hout en steen)

Beide winkels hebben ook een webwinkel met uitgebreid assortiment.


stamdoorsnede


handzaag

guts

klopper

schraapstalen
Afwerken van houten sculpturen
Doel van de afwerking.
De beeldhouwer werkt zijn sculpturen af om de kleur, tekening en structuur van het gebruikte hout in het beeld te benadrukken en goed tot zijn recht te laten komen. Bovendien moet het afwerkmedium het beeld duurzaam beschermen. Anderzijds moet de afwerking de gewenste "uitstraling" van het beeld niet aantasten.

Beelden voor binnenshuis.
Houtolie en/of boenwas?
Houtolie dringt in het hout en maakt de onderliggende tekening enigszins zichtbaar aan het oppervlak; het oppervlak ziet er dan nog steeds "open" uit. Het oppervlak is minder vochtgevoelig en bij aanraking van het beeld "voel" je meer het hout dan bij boenwas. Het oppervlak heeft geen glans. Belangrijk is om te kiezen voor een houtolie die uithardt en dus niet vettig blijft aanvoelen. Bijv. gekookte lijnolie of chinese houtolie (tung olie).
Boenwas ligt op het hout en zorgt na uitboenen voor een satijnglanzend oppervlak. Kleine oneffenheden worden door boenen minder zichtbaar. Het oppervlak blijft wel vochtgevoelig. Boenwas is zowel in kleurloze als gekleurde uitvoering verkrijgbaar. De wasproducten kunnen in verschillende samenstelling de volgende ingrediënten bevatten:
-- Bijenwas
-- Carnaubawas
-- Terpentijnolie
-- Vulstoffen

Beide afwerkingen bieden weinig of geen UV-bescherming. Onder invloed van zonlicht gaat het hout verkleuren. Elke houtsoort verkleurt anders.
Een combinatie van beide afwerkingen is ook mogelijk; eerst houtolie, laten drogen en dan boenwas.

Beelden voor buiten.
Voor sculpturen in buitenopstelling is een duurzame beschermingsfunctie tegen weersinvloeden van doorslaggevende betekenis. We moeten hier denken aan bescherming tegen binnendringend vocht en tegen UV-straling. Ook moet het afwerkmedium onderhoudbaar zijn, dus hernieuwd op te brengen zijn. Verder moet het gekozen afwerkmedium (de coating) het hout niet hinderlijk verkleuren.
Onder beeldhouwers leven uiteenlopende meningen en ervaringen over coatings:
- rauwe of gekookte lijnolie, tungolie, D-1 olie, hoogglans jachtlak, matte hardlak (polyurethaanlak), zeep, om er maar enkele te noemen.
Een groot misverstand:
een goede coating van hout zou het indringen van vocht definitief kunnen stoppen. Helaas is dit niet mogelijk, hoe goed de coating op het hout ook is, op de duur zal vocht ergens door de afsluitlaag naar binnen dringen. Omgekeerd kan het vocht ook moeilijker weer uit het hout ontsnappen door een coating. Zie de grafiek hiernaast voor een onbehandeld en 3x gecoat houtmonster.
Buitenbeelden moeten dus regelmatig worden onderhouden: eerst het beeld langere tijd binnen laten drogen, dan (mat) schuren) en daarna opnieuw voorzien van enkele lagen coating.

Voorbeeld van vochtgehalte in het hout na een 100-daagse regenbui, onbehandeld of 3x gecoat met alkydverf

naar boven